| Waarom
linken een liberaal politicus en een jonge, succesvolle architect zich
aan elkaar?
Peter
: Sven is naar ons gekomen met de vraag om een Brussels debat
op te starten. Voor ons verschilt dit amper van andere architecturale
of stedenbouwkundige vragen die we krijgen. Als het ons intrigeert
en zinvol lijkt, zijn we potentieel bereid tot samenwerking. Vandaar
dit gesprek.
Sven
: Eigenlijk moet je onze samenwerking als een tijdelijk bondgenootschap
bekijken. Voor mij is dat comfortabel. Ik heb als liefhebber een
mening over de stad en zijn architectuur, maar het helpt als iemand
met een zekere professioneel inzicht klankbord wil zijn. Het belangrijkste
is dat we samen het debat rond stedelijke ontwikkeling en architectuur
in Brussel in beweging krijgen. Als ik kijk naar de projecten van
51N4E, als Lamot in Mechelen of de toren in Tirana, dan zijn dat
zaken die naadloos in mijn liefhebbersvisie passen.
Jullie maken dezelfde analyse: op het vlak van hedendaagse architectuur
heeft Brussel weinig te bieden. Het laatste bouwwerk dat nog echt
relevant is, is het atomium. Een constructie die bijna een halve
eeuw oud is.
Sven : Inderdaad. Het atomium luidde toen de moderniteit in. Nu
zie ik het atomium wel graag, maar dat is niet iets waar ik mij
in mijn huidige identiteit mee verzoen. Dat ligt achter ons.
Peter
: Het gaat voor mij niet enkel om hedendaagse iconografische
architectuur (architectuur die bepalend is voor een stadsbeeld, NVDR).
Hoewel Brussel daar zeker nood aan heeft. Het succesverhaal van een
stad is voor mij niet alleen afhankelijk van nieuwigheden, maar ook
van de omgang met de geschiedenis. Je moet de schat die je hebt koesteren.
Dat wil ik naast een pleidooi voor hedendaagse en ambitieuze architectuur
toch ook even in de verf zetten. Je merkt dat vooral recente geschiedenis
moeilijk op fascinatie van de politiek of een groot publiek kan rekenen.
Het is een platgetreden pad, dat besef ik, maar de Rogiertoren, het
Rijksadministratief Centrum of de Lottotoren zijn en blijven schrijnende
voorbeelden van hoe het niet moet.
Stuk voor stuk zijn deze interessante case studies geamputeerd of
gesneuveld door een ad hoc beleid. In de plaats is er een nieuwe
middelmatigheid gekomen die niemand lijkt te deren maar zeker geen
hoge ogen gooit. Daarenboven hebben de respectievelijke buurten waarin
deze projecten stonden weinig baat ondervonden bij de nieuwe interventies.
Dat is misschien nog het meest schrijnende.
Sven
: Brussel
heeft vanuit historisch oogpunt inderdaad heel wat troeven. Neem
nu de Grote Markt. Volgens toeristen – en dus
niet enkel volgens Brusselaars – is dat één van
de mooiste stedelijke plekken ter wereld. Maar men heeft er te weinig
mee gedaan. Door de sanering van de Zenne en de Noord-Zuid verbinding
is die hele site van de Grote Markt geïsoleerd geworden. Zo
heb je in Brussel nog heel wat leuke dingen, maar ze zijn zelden
in een visie ingebed. Het blijven afgezonderde eilandjes.
Is er dan helemaal geen plan of structuur aanwezig in Brussel?
Peter
: Dat is er wel degelijk. We hebben dat in grote mate aan
Leopold II te danken. De structuur van de stad zoals we die vandaag
kennen, is nog altijd bepaald door zijn acties. Ook al zijn Leopolds
plannen niet helemaal uitgevoerd, de stukken die dat wel zijn blijken
straf genoeg om een coherentie en een schaal aan de stad te geven.
Het maakt van Brussel tot op zekere hoogte een leesbare stad. Misschien
kijken architecten en planologen anders naar een stad dan de gemiddelde
burger, maar ik vind het wel belangrijk dat je in een stad een bepaalde
structuur kan vinden.
Sven
: Leopold II was natuurlijk wel een zeer autoritair figuur
met heel wat duistere kantjes. Zijn stedelijke ingrepen zijn voor
Brussel inderdaad nog steeds een zegen, maar het autoritair machtsmodel
dat hij hanteerde om deze ingrepen te realiseren, is vandaag uiteraard
niet meer relevant.
Moeten we dan stedenbouwkundige ingrepen van deze schaal vergeten,
omdat dat soort macht niet meer bestaat?
Peter
: Ik ben
daar niet van overtuigd. Iedereen heeft zijn verantwoordelijkheid
en deel van de macht die hij kan veruitwendigen. Ik denk dat dit
ook één van de redenen is waarom we hier samen zitten.
We hebben een soort onderlinge drang om toch een visie en een soort
macht te etaleren. Stedenbouw en architectuur schetsen een beeld
van de mentale rijkdom van een maatschappij. Dat heeft voor een stuk
te maken met een vorm van gezonde fierheid, en ja, ook met de drang
om zich te positioneren. Zeker bij steden met een zekere historie
is dat belangrijk. Ok, Leopold II was autoritair. Je kan je daar
terecht ethische vragen bij stellen. Maar zijn stedenbouwkundige
ingrepen zijn wel nog steeds succesvol. Het is altijd dubbel, elk
succes is dat.
Sven
: Ja, Leopold II was zeker ook een liefhebber van deze stad
(lacht).
|